Frequently Asked Questions (FAQ’s) DMTR

Adjuvant of palliatieve patiënten

  • Stadium III/IV adjuvante setting. Bestaat er een nadere toelichting aangezien er soms onduidelijkheid bestaat over stadium IV adjuvant?
    • In het begin van de survey komt er een optie adjuvant/palliatief. Onderscheid moet
      vanaf medisch coördinator komen en in dossier genoteerd worden.
      Indien de primaire tumor onbekend is en er sprake is van metastase(n) kan er reden
      zijn om dit als stadium III of IV te duiden (voorbeeld: lymfeklieren in 1 gebied of
      mogelijk eerder verwijderde moedervlek in dat gebied die niet is nagekeken, waarbij
      voor stadium III gekozen wordt). Van belang is met medisch coördinator te communiceren over welk stadium het is.

Pathologie

  • Dermale mitosen: in een PA verslag van de primaire tumor staat de aanwezigheid/afwezigheid van intradermale mitotische activiteit soms duidelijk vermeld. Soms wordt er niks over geschreven. Dient er in dat geval aangenomen te worden dat het antwoord ‘nee’ is (er zijn geen mitotische delingsfiguren gevonden)? Of betekent het ontbreken van informatie over mitotische activiteit, dat dit niet te beoordelen was in het preparaat en voeren we basis daarvan ‘onbekend’ in?
    • In dit geval dient er ‘onbekend’ ingevuld te worden.
  • Spitzoid (of unknown malignant potential) tumoren. Op welke manier moet dit ingevoerd worden: als type ‘anders’ of ‘onbekend’?
    • Dit dient als ‘anders’ ingevuld te worden.
  • Als de locatie van de primaire tumor acraal is, is het tumor type dan per definitie acrolentigineus? En is het andersom mogelijk dat een ander type melanoom (bijvoorbeeld nodulair) voorkomt op de acra?
    • Acrolentigineuze tumoren komen per definitie alleen voor op de acra. Als er dus geen duidelijke locatie genoemd staat, mag hiervoor ‘acra’ ingevuld worden.
      Lentigineus zegt alleen iets over de groeiwijze.
      Op de acra kunnen wel andere typen melanomen voorkomen, dit hoeft niet altijd
      een acraolentigineuze tumor te zijn.
  • Is ‘sequentie analyse’ hetzelfde als ‘sequenom analyse’?
    • Ja.
  • NGS en Idylla mutatie test zijn toch 2 verschillende testen? Wat te doen als arts wil dat altijd NGS wordt ingevoerd?
    • Dit zijn inderdaad verschillende testen. Er moet ingevuld worden welke test er
      daadwerkelijk is gedaan. Idylla is nog geen optie in Survey. Dit zal bij de volgende
      update aan Survey toegevoegd worden.
  • Betreft de PA-nummers onder kopje Metastase. Momenteel kan maar 1 PA-nummer worden ingevuld per episode. Welke PA-nummer noteren we in geval van meerdere bewezen metastasen met aparte PA verslagen?
    • Per episode dient het eerste T-nummer ingevoerd te worden. Dit is (meestal) ‘de primaire excisie’ of ‘het eerste biopt metastase’.
  • Momenteel is het niet mogelijk om een lokale recidief te registreren bij metastasen. Er is alleen een optie lymfklieren of in-transit metastasen, geen optie voor satelliet of recidief.
    • Er komt een extra optie in de survey waarbij kan worden aangegeven dat er recidief
      is van het primaire melanoom (op de huid). De vraag over satellitosis zal toegevoegd
      worden aan de bestaande vraag of er in-transit metastasen aanwezig waren.
  • Is een ALK mutatie hetzelfde als ‘ALK fusie’? Of moet een ALK mutatie (zonder fusie) onder “overig”?
    • ALK mutatie en ALK fusie zijn hetzelfde.
  • Is extranodale groei (PA verslag) hetzelfde als kapseldoorbraak?
    • Ja, extranodale groei is hetzelfde als kapseldoorbraak.
  • Is een kapsel naevus hetzelfde als extranodale groei of kapseldoorbraak?
    • Kapsel neavus is geen extranodale groei en ook geen kapseldoorbraak.
  • Bij ‘afstandsmetasen’: wat is het verschil tussen invoeren nee of onbekend?
    Onbekend: Als er geen scan is gedaan? Nee: Als er wel een scan is gedaan?
    • Dit is een lastig punt. Soms doet de behandelend arts geen scan omdat er geen
      reden is om te denken aan afstandsmetastasen.

Registratie

  • Kenmerken 1e ziektepresentatie melanoom. Bij onbekend primair opent ook optie ‘was er regressie van het primaire melanoom?’. Moet optie ‘onbekend’ worden ingevoerd of moet de vraag open worden gelaten?
    • Onbekend invoeren.
  • Identificatie/postcode: In de nieuwe versie van Survey moet een volledige postcode ingevuld worden (bijv. 1234AR), anders blijft een rood bolletje staan. Maar in sommige melanoomcentra mogen geen adresgegevens worden ingevuld. Open laten?
    • Het registreren van een postcode is verplicht. Als de postcode niet kan of mag worden aangeleverd, dan kan de volgende postcode gebruikt worden: 1111 II. Dit is een ‘geldige’ postcode binnen Survey, maar geen echt bestaande postcode in de praktijk. Bij het invoeren van de postcode 1111 II ontstaan geen foutmeldingen.

Episode

  • Datum vaststelling 1e episode/huidige tumorpresentatie is datum van pathologie-uitslag waarop diagnose wordt gesteld.
  • Alleen orale steroïden en systemische steroïden (intraveneus) registreren. Inhalatie en topicale steroïden (bijv. crèmes) dienen niet te worden geregistreerd.
  • In geval van adjuvant behandelde patiënt: LDH en WHO zo dicht mogelijk bij start adjuvante behandeling registreren.
  • Indien een nieuwe soort behandeling wordt gegeven dit registreren als een nieuwe lijn.
  • Patiënt heeft extra BRAF gehad tijdens episode ipi-nivo; waar moet dit genoteerd worden?
    • Onder ‘anders’ bij item behandeling en bij leeg tekstveld accorderen. Als het ‘om en om’ gegeven wordt: dan wel nieuwe episodes aanmaken.
  • Indien behandeling met bijv. BRAF-MEK wordt onderbroken gedurende 1-2 dagen, dit niet registeren als behandeling gestopt.
  • Zoveel mogelijk informatie van voor start systeemtherapie registreren. Beeldvorming ter stadiering en laboratorium uitslagen in gehele voortraject registreren (ongeacht voor of na chirurgie).
  • Graad van toxiciteit wordt in medisch dossier geregistreerd door Medisch Coördinator. Dit aanhouden.
  • Bij twijfel over gradering van toxiciteit kan naar CTC lijst gekeken worden. Tevens een toxiciteiten richtlijn geschreven door John Haanen:
    • https://www.esmo.org/guidelines/supportive-and-palliative-care/toxicities-from- immunotherapy
  • Bij graad III/IV toxiciteit kan per episode maar 1x het gevolg hiervan worden ingevuld. Bij meerdere toxiciteiten graad III/IV kan niet ingevuld worden welke behandeling bij welke toxiciteit hoort.
    • Dit is inderdaad niet mogelijk. We zullen bij de volgende update onderzoeken of dit ingebouwd kan worden.
  • Type patiënt. Neo-adjuvant: bij opzet neo-adjuvant, echter toch geen chirurgie gedaan na systemische voorbehandeling. Geen optie aanwezig voor reden ‘geen chirurgie’. Kan deze toegevoegd worden?
    • Wordt ingebouwd bij de volgende survey update.
  • Adjuvant. Behandeling: Reden afzien adjuvante behandeling. Geen optie aanwezig voor reden ‘bij herstadiering progressieve ziekte’. Dit komt meermaals voor. Kan deze optie toegevoegd worden?
    • Wordt ingebouwd bij de volgende survey update.
  • Metastase. Bij episode 2 geen PA bewezen metastase: moet de vraag ‘Is de uitslag van PA- onderzoek bekend?’ opengelaten worden? Of nee invoeren
    • Nee invoeren.
  • Als een patiënt is gestopt met behandeling (bijv. pembrolizumab) i.v.m. toxiciteit en er volgt een expectatief beleid/follow up (er is geen progressieve ziekte) moet er dan ook een nieuwe episode worden aangemaakt? Of moet er binnen deze episode (met pembrolizumab) alleen verder follow-up worden geregistreerd? In de handleiding staan 2 dingen: 1) blz. 12: een tijdelijke start met expectatief beleid kan als nieuwe episode worden geregistreerd met als behandeling actieve surveillance. 2) blz. 20: een nieuwe episode staat voor een behandelingstraject.
    • Een nieuwe episode met ‘active surveillance’ dient alleen ingevoerd te worden bij patiënten die niet met systeemtherapie worden behandeld. (Dus bijv. patiënt met stadium V die naar melanoomcentrum is verwezen, met oncoloog over systeemtherapie heeft besproken, maar (nog) niet is gestart met therapie). Als patiënten wel met systeemtherapie worden behandeld en deze wordt gestopt dient er een stopdatum ingevoerd te worden en vervolgens dient de respons ‘gewoon’ bij de follow-up ingevuld te worden.
  • Safe Stop Studie: noteren bij behandeling; studie?
    • Er dient bij ‘neemt patiënt deel aan studie?’ ‘ja’ ingevuld te worden. Vervolgens dient als stopreden ‘anders’ aangeklikt te worden. Als naam van de anti-PD-1 remmer dient pembrolizumab of nivolumab aangevinkt te worden, niet het open tekst veld hiervoor gebruiken.
  • Comorbiditeit: jicht bij ‘reumatische aandoeningen/auto immuun’? Of bij ‘overig’?
    • Jicht dient ingevuld te worden onder de categorie spieren/gewrichten en dan onder ‘overige’, dus niet onder reumatoïde aandoeningen.
  • Primaire tumor in de oksel. Noteren bij romp of extremiteiten (arm)?
    • Voorkeur romp (maar kan eigenlijk wel allebei).

Follow-up

  • CR mag ingevuld worden na chirurgie zonder postoperatieve scan (gebaseerd op scan voor chirurgie en PA- uitslag radicale resectie).
  • Uitslag van CT-scan tussen chirurgie en adjuvante behandeling registreren als respons op de chirurgie.
  • Graag uitleg over het verschil tussen NED en Complete Respons op behandeling
    • Bij adjuvante behandeling: na chirurgie (bijv. verwijderen klier) mag je CR invoeren, daarna na adjuvante systeemtherapie NED (binnen deze episode). Bij systeemtherapie (irresectabele patiëntengroep): bij CR blijft respons CR tot progressie. Dit hoeft niet met terugwerkende kracht veranderd te worden.
  • Als na Partial Respons (PR) en Complete Respons (CR) niet veranderd tijdens follow-up dit registreren als PR/CR, niet als Stable Disease (SD). Respons dien te worden afgemeten t.o.v. eerste respons. Bijvoorbeeld: stadium IV waarvoor palliatieve behandeling. Respons op deze behandeling is complete respons. Indien geen progressie bij follow-up momenten dient respons te worden geregistreerd als complete respons.
  • Respons registreren zoals beoordeeld door arts/radioloog. Datamanager hoeft niet zelf in radiologie verslag te beoordelen of er wel/geen respons is geweest.

COVID-19 module

  • Hoe gaan we om met de COVID-19 module? Moet dit met terugwerkende kracht worden ingevoerd of vanaf nieuwe versie survey?
    • De patiënten met actieve behandeling in de COVID-19 periode moeten met terugwerkende kracht vanaf maart 2020 worden ingevoerd. Dit gaat in vanaf de ingang van de nieuwe versie van de survey per januari 2021. De datamanagers hoeven niet alle dossiers langs: per Follow-up de COVID-19 module invullen. De vraag gaat voornamelijk om: wel niet verdenking op COVID-19. Via virologie vind je dan een uitslag.
      De consequenties van COVID-19 op de behandelingen zelf worden niet gemonitord in deze module.
  • COVID-19 consequenties voor de behandeling: episodes/sequentie nemen toe.
    Voorbeeld: geen uitstel van behandeling; maar 3 x switch naar een andere behandeling.
    Hoe dient dit geregistreerd te worden en hoe dient de sequentie genummerd te worden?
    • Deze behandelingen dienen als drie aparte episoden te worden geregistreerd. Als reden voor het switchen van behandeling dient ‘anders’ ingevuld te worden.

Datum laatste aanpassing 16 juni 2021

We helpen je graag verder

Als u vragen heeft staan wij voor u klaar. Bel of mail ons op onderstaand telefoonnummer of e-mailadres.

Stuur bericht Sluit formulier
Stuur ons een bericht

Heeft u een vraag? Laat dan een bericht achter. Wij antwoorden altijd persoonlijk en snel.